Wat, waar en voor wie bouwen we?

Gebiedsontwikkeling 17 januari 2019

Meer eenpersoonshuishoudens, immigratie en nieuwe gemeenschapszin: dat zijn de belangrijkste kenmerken van hoe Nederland de komende tientallen jaren verandert. Wetenschappers lichten toe wat deze demografische trends betekenen voor gebiedsontwikkelaars.

Hoewel in het ruimtelijk-ordeningsdebat wordt gesproken over 1 miljoen woningen voor 2030, bestaat er geen consensus over waar deze woningen komen en wat voor type ze moeten zijn. Oftewel: voor wie en waar moeten we de komende decennia in Nederland bouwen? De Praktijkleerstoel Gebiedsontwikkeling gaat zich samen andere experts nadrukkelijk met deze vraag bezighouden. Want door alle symptomen van de hoogconjunctuur heen, is het zaak om gestaag aan goede, duurzame stedelijke gebieden te (blijven) werken. De wetenschap heeft hierin een bijdrage te vervullen.

Demografie in beweging
De Nederlandse bevolking is in beweging en groeit volgens recente CBS-prognoses (met een de bandbreedte tussen 16 en 21 miljoen) tot 18,4 miljoen inwoners in 2060 [1] . Voor de woningnooddiscussie is het essentieel om de autonome demografische trends in beschouwing te nemen. “De grootste instinker van vlug enorme torens bouwen voor bijvoorbeeld starters, is natuurlijk dat we diezelfde torens over 10 jaar niet meer nodig hebben”, waarschuwde Ellen van Bueren, hoogleraar Urban Development Management aan de TU Delft, bijvoorbeeld eind 2018 in een tv-uitzending van EenVandaag [2].

De vraag rijst daarom: welke demografische veranderingen bieden de gebiedsontwikkelaars houvast? Drie ijzeren trends dringen zich op.

1. Vergrijzing en meer eenpersoonshuishoudens

Ten eerste: Nederland vergrijst. Het CBS voorspelt dat de huidige 19% 65-plussers groeit naar 26% in 2040 [3]. Omdat deze groep steeds vaker alleenstaand is, komt de woningvraag in Nederland voor een groot deel uit senioren voort. Het Planbureau voor de Leefomgeving verwacht daarbij dat, vanwege de levensloop van de babyboomgeneratie, na 2030 een grote groep senioren uit hun koopwoningen stroomt [4].

Ook het aantal alleenstaanden, bijna 3 miljoen, neemt jaarlijks toe. De woonbehoeften van deze groep zijn echter zeer divers. Zo gaat een groot deel van de alleenstaande twintigers na een paar jaar samenwonen, terwijl vijftigers vaker alleen blijven. Ook zijn alleenstaanden niet altijd ‘alleen’: een gescheiden persoon kan doordeweeks alleen, maar in het weekend met drie kinderen wonen.

2. Nieuwe gemeenschapszin en dreigende segregatie

Omdat het aantal alleenstaanden vanwege vergrijzing en individualisering groeit, én omdat familiebanden voor veel mensen niet langer de enige sociale context zijn, ontstaat er behoefte aan een grote verscheidenheid aan woningen. Dat betoogde bijzonder hoogleraar Sociale Demogafie Jan Latten halverwege 2018 in Trouw [5]. Zijn verwachting is dan ook dat collectieve manieren van wonen steeds meer in trek komen: denk aan hofwoningen of gedeelde ruimtes binnen een wooncomplex. Collaboratieve huisvesting kan bovendien een oplossing bieden voor de toenemende zorgbehoefte door een groeiend aantal ouderen.

Een waarschuwing hierbij komt van Kim Putters, directeur Sociaal Cultureel Planbureau, begin 2018 in het magazine van BPD. Via het creëren van gemeenschapszin en het opzoeken van ‘gelijken’, kan namelijk ook segregatie en uitsluiting plaatsvinden [6]. Gerard Van Bortel, Housing-onderzoeker aan de TU Delft, benadrukt daarom het belang van debat over nieuwe woonvormen, die volgens hem nog in de kinderschoenen staan. Want om de leefomgeving echt sociaal te maken, moet je afwegen waar je inzet op groepsvorming, en waar juist op mengen.

3. Toenemende immigratie en diversiteit

De bevolking van Nederland groeit meer door immigratie dan door natuurlijke aanwas. Het CBS verwacht dat het aantal inwoners met een migratieachtergrond stijgt van 3,9 miljoen nu naar 6,3 miljoen in 2060. Deze groept vormt dan een derde van de bevolking [7]. De Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid (WRR) raadt beleidsmakers aan te investeren in sociale cohesie. Toenemende diversiteit naar afkomst op buurtniveau gaat namelijk samen met “minder positieve thuisgevoelens, meer onveiligheidsgevoelens, zwakker ervaren buurtcohesie en meer geregistreerde criminaliteit” [8].

Lees verder op Gebiedsontwikkeling.nu

Bron: gebiedsontwikkeling.nu (11 jan 2019)

Bel mij terug

Heeft u vragen en wilt u graag terug worden gebeld door een van onze studieadviseurs?