Omissie Wet Kwalitieitsborging jaagt gemeenten op kosten

Bouwen 18 augustus 2020

Gemeenten gaan bij invoering van de wet Kwaliteitsborging (Wkb) voor miljoenen euro’s extra het schip in. Dat zijn de juridische kosten waarvoor ze moeten opdraaien als de bouwer of initiatiefnemer het niet eens is met het oordeel van de kwaliteitsborger en de gemeente moet handhaven.

Geprivatiseerd 

De wet Kwaliteitsborging moet tegelijk met de Omgevingswet per 1 januari 2022 ingaan. In de nieuwe situatie wordt het toezicht op de bouw geprivatiseerd: het technische deel moet de sector zelf regelen. Gemeenten blijven verantwoordelijk voor zaken als overeenstemming met het bestemmingsplan, de veiligheid en de welstand.

Geen lege-inkomsten
Al eerder was bekend dat de leges-inkomsten van gemeenten met de invoering van de wet verdwijnen. Daardoor hebben zij straks nauwelijks middelen om het toezicht uit te oefenen. Ook mist er de eerste jaren na invoering van de Wkb in veel gemeenten een helder toetsingskader. Het Omgevingsplan, waarin nadere eisen kunnen worden vastgelegd, hoeft pas in 2029 te worden afgerond.

Impactanalyse
In een ‘impactanalyse’ van de Wkb stelt VNG Realisatie dat gemeenten tezamen miljoenen euro’s extra kwijt zijn aan juridische en handhavingskosten. Die treden op als de kwaliteitsborger een opgeleverd gebouw (deels) afkeurt en de initiatiefnemer daar niet mee akkoord gaat. ‘In dat geval is er een wettelijke verbodsbepaling dat het bouwwerk in gebruik mag worden genomen. Betekent dit dan dat het gebouw voor altijd leeg blijft staan? Of wordt het bouwwerk dan – in strijd met de wet – toch in gebruik genomen?’

Handhaven
In het laatste geval zal de gemeente moeten handhaven. ’Bij een inhoudelijk handhavingstraject wordt naar verwachting tegen de nodige complexiteit aangelopen. (…) Er kan maatschappelijke en bestuurlijke druk gaan ontstaan om wel of juist niet te gaan handhaven (gedogen). In deze situatie zit de gemeente in een lastig pakket waarin zowel handhavend optreden als niet handhavend optreden complexiteit en werk meebrengt.’ De extra tijdsbesteding loopt volgens de onderzoekers makkelijk op tot een of twee werkweken per dossier. Ook kan het tot rechtszaken komen.

Moeilijk te becijferen
Omdat de toetsingspraktijk verandert, is het moeilijk te becijferen wat de kosten straks zullen zijn, stellen de onderzoekers. Zij berekenen verschillende scenario’s door. Als, in het gunstigste geval, 10 procent van alle bouwwerken zonder correcte gereedmelding wordt opgeleverd, gaat het ruwweg om een bedrag van tussen de 3 en 6 miljoen euro (voor alle gemeenten tezamen). Bij 30 procent kan het oplopen tot bijna 20 miljoen. ‘Bovenstaande cijfers geven wel aan dat het van groot belang is dat er een passende oplossing komt om te voorkomen dat er bouwwerken worden opgeleverd zonder correcte gereedmelding.’

Bron: Binnenlands Bestuur (17 augustus 2020)

Bel mij terug

Heeft u vragen en wilt u graag terug worden gebeld door een van onze studieadviseurs?