Nederlandse monumenten: weinig aandacht voor brandveiligheid

Bouwen 24 april 2019

Brandrisico’s zijn natuurlijk nooit uit te sluiten. Maar na de brand in de Notre-Dame vragen we ons af: Kun je dit voorkomen? Hebben we dergelijke brandrisico’s wel voldoende onderkend? En is een brand als die in Parijs ook mogelijk bij ons cultureel erfgoed? Wat zegt de wet? Ruud van Herpen deelt zijn visie. 

In de publiekrechtelijke regelgeving is het behoud van het gebouw geen doel. Risico’s die het behoud van het gebouw bedreigen worden dus ook niet ondervangen. Publiekrechtelijk zijn alleen persoonlijke veiligheid (gebouwgebruikers en hulpverleners) en de veiligheid van aangrenzende buurpercelenrelevante doelenBij de brand in de Notre-Dame werd aan deze doelstellingen voldaan.

Monumentenwet

Nu is er ook nog een monumentenwet. Wanneer een gebouw een rijksmonument is kan het zijn dat niet aan alle voorschriften volgens het Bouwbesluit kan worden voldaan, omdat de voorzieningen en maatregelen die daarvoor nodig zijn het monument schaden. In dat geval mogen voorzieningen of maatregelen achterwege blijven, waardoor het brandveiligheidsniveau van het monument lager is dan het niveau dat volgens Bouwbesluit nodig zou zijn. Dat is eigenlijk best raar.

Building-resilience te vrijblijvend?

Je zou verwachten dat behoud van ons cultureel erfgoed belangrijk is, dus dat dergelijke monumentale gebouwen een calamiteit zoals een brand moeten kunnen overleven. ‘Building-resilience’ is dus belangrijk en zou je als extra doel verwachten naast de twee eerder genoemde publieke doelen. Aangezien dat niet publiekrechtelijk geregeld is, is het van belang dat de gebouweigenaar of gebouwbeheerder daarover zelf ‘private’ doelstellingen formuleert. Dat gebeurt heel vaak niet, omdat het voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning niet relevant is. Building-resilience voor een brandcalamiteit is daarmee misschien wel te vrijblijvend geworden. 

Effectbeheersing 

Stel nu dat er toch private doelstellingen bij een monumentaal pand geformuleerd worden die tot doel hebben het gebouw in geval van brand te behouden. In lijn met het Bouwbesluit wordt dan waarschijnlijk in eerste instantie gedacht aan voorzieningen die het gebouw kunnen beschermen wanneer een brand ontstaan is.

Installatietechnische voorzieningen

Wat het eerst opkomt zijn installatietechnische voorzieningen zoals een automatische blusinstallatie of een automatische rook- en warmte-afvoer installatie. In de Notre-Dame zou dat een flinke uitdaging geweest zijn, gezien de inwendige hoogte en de bouwkundige constructie. Daarnaast zijn dergelijke voorzieningen nauwelijks effectief voor een brand die in de houten kap ontstaat. 

Bouwkundige maatregelen

In plaats van installatietechnische voorzieningen kan ook aan bouwkundige maatregelen gedacht worden. Niet dat dat simpeler is, want compartimenteren of het bouwkundige beschermen van de draagconstructie zijn onwenselijk, of doen afbreuk aan het monument. In bepaalde gevallen kunnen installatietechnische en bouwkundige voorzieningen om het effect van een brand te beperken natuurlijk best voordeel bieden, maar in algemene zin moet worden gesteld dat de efficiëntie beperkt is en de inbreuk op het monument groot. Als effectbeheersing te weinig soelaas biedt moet dus meer ingezet worden op kansbeheersing.  

Kansbeheersing 

De brand in de Notre Dame is mogelijk ontstaan door renovatiewerkzaamheden. Het is vaak zo dat bij onderhouds-, bouw- of verbouwwerkzaamheden brandveiligheid onderbelicht blijft. Maar ook tijdens dergelijke werkzaamheden, die afwijken van het normale gebruik van het gebouw, moet het gebouw brandveilig zijn. Bij bouw- en renovatiewerkzaamheden worden vaak potentiële bronnen voor het ontstaan van brand geïntroduceerd. Denk maar aan:

  • Elektrische apparaten
  • Opladen van accu-apparaten
  • Uitvoeren van werkzaamheden waarbij vonken ontstaan zoals: slijpen, snijden, lassen, boren, etc.
  • Of van werkzaamheden waarbij open vuur aanwezig is zoals: dakdekken

Het ligt voor de hand om juist die bronnen te elimineren, of in elk geval de kans op brand daarbij te verkleinen. Soms is dat met eenvoudige organisatorische maatregelen al mogelijk. Denk aan veiligheidsprotocollen en extra toezicht bij dergelijke werkzaamheden. Wanneer dat toezicht ook nog een taak krijgt om in te grijpen wanneer het mis gaat, bijvoorbeeld door deze in te vullen met een brandwacht die een beginnend brandje kan bestrijden, wordt de kans op een potentieel bedreigende brand flink gereduceerd. 

Conclusie 

Er is weinig aandacht voor de brandrisico’s ten aanzien van het behoud van monumenten. Building-resilience voor een brandcalamiteit is bij rijksmonumenten die als cultureel erfgoed gezien kunnen worden zeker een wenselijk doel. Voorzieningen om het effect van een brand te beperken zijn in een monument niet altijd goed mogelijk en ook niet altijd efficiënt. Het is wellicht efficiënter om de kans op een potentieel bedreigende brand te verkleinen. Organisatorische voorzieningen kunnen daarin heel efficiënt zijn, mits er ook controle, toezicht en handhaving op die voorzieningen is. 

De brand in de Notre Dame laat daarnaast goed zien dat een gebouw vaak tijdens onderhouds-, renovatie- , bouw-, of verbouwwerkzaamheden het meest kwetsbaar is. Juist bij die werkzaamheden zijn veiligheidsprotocollen en toezicht noodzakelijk. De building-resilience wordt dan dus verkregen door kansbeheersing. 

Ruud van Herpen is technisch directeur van Nieman R.I. en Fellow Fire Engineering aan de TU Eindhoven bij de faculteit Bouwkunde. 

Bron: Brandveilig.com (17 april 2019)

Bel mij terug

Heeft u vragen en wilt u graag terug worden gebeld door een van onze studieadviseurs?