Ministerie hield zorgen over Omgevingswet achter

Omgevingswet 2 april 2020

Chaos in de systemen, onhaalbare deadlines. De top van Binnenlandse Zaken hield grote zorgen over de Omgevingswet binnenskamers. Op het ministerie was al maanden bekend dat de geplande invoering op 1 januari 2021 vrijwel onhaalbaar was.

Woensdagavond, enkele uren nadat NRC over de interne zorgen op het ministerie berichtte en meldde dat de twee belangrijkste bouwers van de benodigde software op uitstel aandrongen, kondigde het ministerie alsnog uitstel aan in een brief aan de Tweede Kamer, naar eigen zeggen „mede gezien de veranderende realiteit als gevolg van het coronavirus”.

Nederland, Almere Hout 7 augustus 2019. Bouwproject in landelijke stijl.

Tot nu toe was minister Stientje van Veldhoven (Milieu en Wonen, D66) steeds openlijk vol goede moed gebleven: op 1 januari 2021 zou de Omgevingswet in werking treden. Dan zou de decentralisering van alles wat met ruimtelijke ordening te maken heeft in alle gemeenten, provincies en waterschappen in Nederland zijn doorgevoerd.

Dinsdag, bij een besloten video-seminar voor overheden die straks met de software moeten werken, noemde de directeur van hoofdleverancier Visma Roxit vasthouden aan de geplande invoeringsdatum „gevaarlijker” dan uitstel. Sander van der Merwe, de directeur in kwestie: „Ik denk dat we zo ver in de gevarenzone zijn dat, als we het nu door laten gaan, het echt niet goed gaat op 1 januari.”

Onlangs deed directeur Lieuwe Koopmans van softwareleverancier Tercera, dat de provincies moet klaarstomen voor de Omgevingswet, al dezelfde voorspelling, vlak nadat de Eerste Kamer akkoord was gegaan met invoering van de wet. „Het wordt een mislukking, het zoveelste ICT-drama bij de overheid. Een ICT-project van 200 miljoen euro, waar niemand de regie over voert.” Ga voor zeker een jaar uitstel, is zijn advies.

Bureaucratisch wonder

Voor Binnenlandse Zaken is het openlijke verzet van de softwarebedrijven een pijnlijke vertoning. Op de tekentafels van dat ministerie geldt de Omgevingswet als bureaucratisch wonder: de burger die zijn eigen inspraakprocedures regelt, de gemeente die alleen nog regels opstelt en nauwelijks meer hoeft te toetsen.

Maar verrast kan de top van het ministerie allerminst zijn. Na een interne inventarisatie die de ambtelijke top liet maken – waarvan de inhoud bekend is bij NRC – werd in december al gewaarschuwd voor chaos en versnippering in de besluitvorming. Door interne tegenwerking zou testen van de software langer op zich laten wachten, met vrijwel zeker vertraging tot gevolg – mogelijk zelfs van enkele jaren.

Volgens de inventarisatie gaat het mis bij de landelijke regie. Overheidsdiensten als Rijkswaterstaat en het Kadaster moeten bij de invoering van de wet samenwerken. Maar in de notitie vallen woorden als „wederzijds onbegrip” en „oud zeer”. Deelnemende organisaties nemen onderling „revanche” als ze invloed kwijtraken en „hopen dat iemand anders de zwartepiet krijgt” als het fout loopt.

Wil de invoering slagen, concludeert de inventarisatie, dan is een „stevige interventie” nodig en moeten partijen stoppen met „territorium bevechten”.

Beslismoment

Het ministerie deelde de bevindingen niet met de Eerste Kamer, die op dat moment nog moest stemmen over de Omgevingswet. De inschatting dat de digitale infrastructuur in 2021 nog niet klaar voor gebruik zou zijn, bereikte de senatoren evenmin. „Er is voldoende vertrouwen dat die datum haalbaar is”, zei Van Veldhoven in februari nog in de Eerste Kamer.

Het officiële verhaal: uitstel zou ‘het momentum’ bij gemeenten en provincies in de weg staan, juridische en technische obstakels zouden bijtijds uit de weg geruimd zijn. Beide Kamers werden gerustgesteld met de belofte dat vóór de zomer onderzocht zou worden of dat optimisme terecht was, of de deadlines haalbaar waren.

Van Veldhoven beloofde een definitief beslismoment halverwege dit jaar, mocht uitstel echt nodig blijken. De Eerste Kamer ging akkoord en stemde in.

Dat het ministerie op eigen initiatief alsnog zou kiezen voor uitstel is onwaarschijnlijk, zegt Koopmans van Tercera, die daarom zelf naar buiten trad. „Ik spreek die ambtenaren al jaren en hoor de minister in de Kamer, maar die ambtenaren zijn de baas. En zij gaan de minister echt niet vertellen dat haar eigen ministerie de zaken niet op orde heeft.”

„Er is meer tijd nodig om gezamenlijk een goede start te maken”, zegt Visma Roxit-directeur Van der Merwe desgevraagd. Volgens hem is ook een uitgeklede versie van de Omgevingswet een optie. Dan zou een groot deel, bijvoorbeeld de behandeling van alle bestemmingsplannen, voorlopig op de oude voet moeten geschieden.

Volgens betrokkenen bij de Omgevingswet kon ook het kabinet niet meer om uitstel heen, maar wilde het ministerie geen gezichtsverlies lijden. De uitbraak van het coronavirus, stelde een ingewijde voordat woensdag de brief verscheen, kon nog wel eens een „dankbaar excuus” worden om uitstel af te dwingen zonder eigen fouten te erkennen.

Bron: NRC.nl (1 april 2020)

Bel mij terug

Heeft u vragen en wilt u graag terug worden gebeld door een van onze studieadviseurs?