Invoeringskosten Omgevingswet veel hoger dan geraamd

Omgevingswet 8 september 2020

Veel gemeenten ontdekken dat de invoeringskosten van de Omgevingswet stukken hoger uitpakken dan voorgespiegeld. Ook zijn er grote twijfels over de baten. Bezorgde gemeenten willen nu dat de VNG opnieuw gaat onderhandelen met het Rijk.

Loopt de invoering van de Omgevingswet uit op een financiële strop? Begin dit jaar werd nog geraamd dat gemeenten gezamenlijk een slordige 200 tot 300 miljoen euro kwijt zouden zijn aan de invoering. Daar zouden structurele baten tegenover staan van jaarlijks 70 tot 140 miljoen. Eenvoudige regels en minder vergunningen drukken de kosten, zo is het idee, ook al dalen de inkomsten uit leges.

Nederland, Almere 10 oktober 2019. Zonnepark.

Rooskleurige basis

Dit beeld strookte met de voorspellingen die daarvoor al waren afgeleverd. Een prima balans tussen uitgaven en inkomsten, dat is waar gemeenten van uit konden gaan. In 2016 werd op basis van dit plaatje het Financieel Akkoord gesloten tussen de vier overheidslagen. Afspraak is dat de transitiekosten voor rekening komen van de organisaties zelf, maar dat zij ook de financiële vruchten van de Omgevingswet mogen plukken.

De zorgen grijpen alsnog om zich heen naarmate gemeenten een beter beeld krijgen van de werkelijke kosten. Het gaat om een cocktail van hogere invoeringskosten tegenover lagere structurele baten van de nieuwe leefomgevingsregels. Het jaar uitstel van de inwerkingtreding levert nóg hogere transitiekosten op.

Eigen berekeningen

‘Wij zijn al in 2016 begonnen met onze voorbereidingen op de Omgevingswet,’ vertelt wethouder Wiemer Haagsma van Noordoostpolder. ‘Minder regelgeving en praten met je omgeving zijn elementen van deze wet die erg goed passen bij onze werkwijze. Maar we zijn ook scherp gaan letten op de financiële consequenties. Volgens de landelijke modellen zou alles budgetneutraal uit moeten pakken. Onze eigen berekeningen wijzen anders uit. We verwachten dat de lasten structureel hoger zijn en dat we de invoeringskosten niet terug gaan verdienen.’

Zo vervallen opbrengsten uit leges, omdat minder activiteiten vergunningsplichtig zijn. Haagsma: ‘We hebben dan wel minder werk aan de vergunningverlening, maar we kunnen op deze mensen niet bezuinigen. Ze krijgen andere taken, omdat we meer moeten gaan doen aan toezicht en handhaving en omgevingsoverleg. Deze intensivering van het overleg aan de voorkant van het vergunningenproces, het anders werken, vraagt gewoonweg meer capaciteit.’

Nieuwe functies

Haagsma noemt tevens de aansluiting van ICT-systemen op het Digitaal Stelsel Omgevingsrecht (DSO). Als gevolg van de digitalisering zijn binnen gemeenten nieuwe functies nodig, zoals een regelanalist/-beheerder en een juridisch analist. Ook de decentralisatie van bodemtaken brengt extra werk met zich mee. ‘Dat staat los van het gegeven dat we nu door het jaar uitstel van de wet meer tijd hebben ons beter voor te bereiden,’ zegt Haagsma.

Het gemeentebestuur van Noordoostpolder heeft een door de raad geschraagde motie opgesteld voor de digitale algemene ledenvergadering van de VNG op 25 september. De kern: zorg dat vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet de garantie komt dat de invoering voor gemeenten de komende tien jaar budgetneutraal zal verlopen. Haagsma licht toe: “Het water staat ons aan de lippen. Veel gemeenten zitten met de handen in het haar hoe ze hun begroting rond moeten krijgen.

‘We ervaren ook nog steeds de gevolgen van de decentralisaties binnen het sociale domein, waar we als gemeenten onvoldoende door het Rijk voor zijn gecompenseerd. Daarom roepen we het VNG-bestuur op om vooraf afspraken te maken met het Rijk, dat onze inzet voor de Omgevingswet niet tot extra kosten mag leiden. Zo niet, dan verwachten wij een toezegging van het Rijk om de helpende hand te bieden. Verder dringen we er bij de VNG op aan alle gemeenten te consulteren over hun bevindingen en verwachtingen van de invoering van de Omgevingswet.’

Veertig gemeenten

Noordoostpolder staat niet alleen. Haagsma zegt steun te hebben van zo’n veertig andere gemeenten. ‘We moeten nu onze stem laten horen en niet wachten tot de Omgevingswet al in werking is. Als we dan met financiële tegenvallers worden geconfronteerd, is het te laat. Het laatste wat we willen is dat we moeten bezuinigen op het overleg met inwoners en bedrijven. Participatie is vaak maatwerk. Dat vraagt tijd en zorgvuldig overleg. Wij gaan graag het persoonlijk gesprek aan en daar willen we in investeren. Als we daarop moeten inleveren, zou dat ten koste gaan van de ambities.’

VNG: ‘beeld divers’

VNG-programmamanager Omgevingswet Annemieke van Brunschot benadrukt dat de zorgen van de leden zeer serieus worden genomen. Maar het beeld is divers, tekent ze aan. ‘Gemeenten staan er verschillend voor. De een heeft minder financiële zorgen en is optimistisch over de Omgevingswet, de ander vreest hoge transitiekosten en financiële implicaties. Duidelijk is dat gemeenten over de hele linie in zwaar weer verkeren.’

De kosten die met de invoering van de Omgevingswet gepaard gaan, zijn al sinds 2015 onderwerp van onderzoek. De neerslag daarvan is het Voorlopig Integraal Beeld van de interbestuurlijke werkgroep Financiën Omgevingswet. Samen met betrokken ministeries, provincies, waterschappen en omgevingsdiensten onderzoekt de VNG de effecten van de gehele stelselwijziging. Concreet worden de voorziene effecten en kosten van 25 relevante aspecten van de wet uitgezocht.

Factor 4 à 5

De vereniging verzamelt ook zelf data. Circa honderd gemeenten gebruiken het door de VNG ontwikkelde hulpmiddel om de invoeringskosten in kaart te brengen. Informatie van ruim zeventig gemeenten laat hierbij zien dat invoeringskosten een factor 4 à 5 hoger liggen dan de ramingen. Van Brunschot: ‘Dat de invoeringskosten veel hoger zijn dan verwacht, is bekend. We hebben daar al een goed beeld van.’

Dit zou nog niet betekenen dat de huidige ramingen een reëel beeld schetsen, want deze zijn nog onvolledig. ‘Over de daadwerkelijke structurele effecten kunnen we pas iets zeggen na de inwerkingtreding van de wet. Wel zien we dat de vrij positieve effectverwachtingen uit eerdere onderzoeken in de huidige onderzoeken ook minder positief lijken te worden.’

‘Acteren op feiten’

Nog voor het eind van het jaar wordt het finale plaatje verwacht. ‘Als we alles op een rij hebben, kunnen we daar serieus met onze bestuurlijke partners over om de tafel gaan. We willen acteren op feiten en onderbouwingen, en die zijn we nu aan het verzamelen.’ In het Bestuursakkoord is afgesproken dat een jaar na de inwerkingtreding het eerste ijkmoment is van de kosten en baten van de invoering van de Omgevingswet.

‘Pas dan kun je fact-based iets zeggen over de structurele effecten,’ zegt Van Brunschot. ‘Nu blijft het bij voorspellend onderzoek. Toch willen we niet wachten tot 2023, maar eerder in gesprek gaan over de financiële gevolgen. In 2021 hebben we al een goed beeld van wat de invoering heeft gekost.’

Budgetneutraal

Van Brunschot begrijpt de wens van financiële garanties voor de komende tien jaar, ‘maar dat moet wel haalbaar zijn. Het begrip budgetneutraal heeft al tot veel verschillende beelden en interpretaties geleid. Het is natuurlijk prachtig als de baten op de lange termijn opwegen tegen structurele en incidentele kosten en de invoering budgetneutraal uitpakt zonder de noodzaak van bezuinigingen. Zoiets zou beslist mogelijk moeten zijn, als gemeenten daarvoor willen kiezen.

‘Gemeenten hebben echter een uiteenlopend ambitieniveau. Sommige grijpen de Omgevingswet aan om hun organisatie ingrijpend te herstructureren. Daar hangt een hoog prijskaartje aan. Ook zijn er gemeenten die nog een inhaalslag op ICT-gebied moeten maken, denk aan het werken met een zaaksysteem. Niemand kan dan budgetneutraliteit garanderen.’

Maatschappelijke resultaten

De kosten gaan sowieso voor de baat uit, voegt Van Brunschot nog toe. ‘En de invoering van deze wet is geen sinecure, maar bedenk ook dat we dit als gemeenten doen voor een goede dienstverlening en maatschappelijke resultaten.’

Bron: Gemeente.nu (5 september 2020)

Bel mij terug

Heeft u vragen en wilt u graag terug worden gebeld door een van onze studieadviseurs?