Invoeringskosten Omgevingswet hoger dan gedacht

Omgevingswet 31 augustus 2020

De investeringen die gemeenten moeten doen om de invoering van de Omgevingswet soepel te laten verlopen, zijn veel hoger dan eerder werd verwacht. Dat kondigt de interbestuurlijke werkgroep Financiën Omgevingswet aan. Binnen een week worden nadere cijfers verwacht.

Te rooskleurig
In januari 2020 werd nog geschat dat de invoeringskosten voor alle gemeenten gezamenlijk 200 tot 300 miljoen euro zouden bedragen. Daar zouden structurele baten van 70 tot 140 miljoen per jaar tegenover staan. Te rooskleurige cijfers, blijkt nu. ‘Vanuit dit voorlopige beeld is interbestuurlijk vastgesteld dat een aantal onderdelen van de onderzoeken naar financiële effecten herzien dient te worden. Een aantal van de ‘grote’ effecten zoals ze in de onderzoeken wordt beschreven, wordt niet in de praktijk herkend en ook het opgetelde beeld wordt niet herkend.’

Stijgende kosten
Volgens de werkgroep worden gemeenten in eerste instantie geconfronteerd met stijgende kosten door veranderende taken en dalende inkomsten uit leges en het gemeentefonds, beide als gevolg van de wettelijke wijzigingen in het stelsel.  Gemeenten zouden die toegenomen kosten moeten compenseren door het ‘herorganiseren van het takenpakket’. Ook zou de grotere lokale beleidsruimte als gevolg van de Omgevingswet tot ‘efficiënte oplossingen in beleid en inrichting’ kunnen leiden die de kosten kunnen drukken. Bij het hoofdlijnenakkoord over de financiële gevolgen van de Stelselherziening Omgevingsrecht werd in 2016 afgesproken dat de transitiekosten moeten worden gedragen door de eigen organisatie.

In actie
Een groep van inmiddels zo’n veertig gemeenten probeert al enige tijd de Vereniging van Nederlandse Gemeenten te bewegen in actie te komen. Ze zullen op de ALV van september een motie indienen die de VNG oproept  een half jaar voor inwerkingtreding van de wet alle gemeenten te raadplegen over de financiële consequenties van de gehele stelselherziening. Ook willen ze de  bevestiging van de randvoorwaarde dat invoering van de wet de komende tien jaar voor gemeenten budgetneutraal zal verlopen. Daarbij doen ze een beroep op het rijk om extra middelen ter beschikking te stellen

Vasthouden aan afspraken 
Zo ver lijkt de VNG vooralsnog niet te willen gaan. Ondanks de onrustbarende cijfers wil de VNG vasthouden aan de eerder afgesproken ijkmomenten van de invoeringskosten in 2023 en 2027, dus pas als de Omgevingswet (waarschijnlijk) al lang en breed is ingevoerd, melden bronnen aan Binnenlands Bestuur. De VNG vreest onvoldoende onderbouwing te hebben om de financiële discussie nu al te voeren. En wil bovendien de invoering van de stelselwijziging niet afhankelijk maken van financiële onzekerheid.

Bron: Binnenlands Bestuur (25 augustus 2020)

Bel mij terug

Heeft u vragen en wilt u graag terug worden gebeld door een van onze studieadviseurs?