Gemeenten mogen geen uitsterfbeleid woonwagens voeren

Omgevingsrecht algemeen 25 april 2018

Gemeenten mogen geen uitsterfbeleid of afbouwbeleid voeren dat gericht is op vermindering van het aantal woonwagenstandplaatsen. Dat stelt het College voor de Rechten van de Mens in een advies aan het ministerie van Binnenlandse Zaken.

Cultuur
Leven in een woonwagen is een essentieel onderdeel van de cultuur van Roma, Sinti en woonwagenbewoners. In zijn advies wijst het College voor de Rechten van de Mens erop dat het Rijk, lokale overheden en woningcorporaties verplicht zijn om de cultuur van woonwagenbewoners niet alleen te beschermen, maar ook te faciliteren.

Mensenrechtenproof
In 2014 bracht het College adviezen uit over het woonwagenstandplaatsenbeleid van verschillende gemeenten en corporaties. IN 20 van de 36 onderzochte situaties concludeerde het College dat er sprake is van discriminerend beleid. Mede op basis daarvan kwam de Nationale Ombudsman in 2017 met de aanbeveling dat gemeenten hun standplaatsenbeleid ‘mensenrechtenproof’ moeten maken. Reden voor het ministerie van Binnenlandse Zaken om het College te vragen aan welke voorwaarden het standplaatsenbeleid moet voldoen om de toetst van de wetgeving op het gebied van gelijke behandeling en de mensenrechtennormen te kunnen doorstaan. Het ministerie komt namelijk binnenkort met een handreiking voor het gemeentelijk woonwagenstandplaatsenbeleid.

Behoefte
Volgens het College moeten gemeenten bij het huisvestingsbeleid rekening houden met de woonbehoefte van woonwagenbewoners. Dat houdt in dat ze, net als in de sociale huursector, de woonbehoefte van woonwagenbewoners in kaart moet brengen. Al naar gelang die behoefte moeten gemeenten en corporaties zorgen voor voldoende standplaatsen die het leven in familieverband mogelijk maken. Ook moeten gemeenten en corporaties zorgen voor een gemengde locatie met een goede mix van huur- en koopwagens, meent het College.

Voorrang
Verder moeten gemeenten een toegankelijke en transparante wachtlijst opstellen en zouden de wachttijden voor een standplaats voor woonwagenbewoners gelijke tred moeten houden met de wachttijd van mensen die op de lijst staan voor een sociale huurwoning. Zolang er schaarste aan standplaatsen is, krijgen ingeschreven woonwagenbewoners van wie de grootouders of grootouders in een woonwagen wonen of woonden, bij de toewijzing van een plaats voorrang op andere ingeschrevenen, zo staat in het advies. Alle vormen van beleid die afname van het aantal standplaatsen en woonwagens beogen terwijl er wel behoefte aan is, zijn strijdig met het discriminatieverbod en de mensenrechten van woonwagenbewoners, aldus het College.

Bron: Binnenlands Bestuur (25 april 2018)

Bel mij terug

Heeft u vragen en wilt u graag terug worden gebeld door een van onze studieadviseurs?