Gemeenten boeken miljard winst op verkoop grond

Grondbeleid 15 augustus 2018

De verkoop van bouwrijpe grond leverde gemeenten vorig jaar ruim 1 miljard euro op. Een resultaat dat nog nooit eerder is gehaald.

Negatief saldo
Er zijn nog steeds wel zo’n honderd gemeenten met een negatief saldo. Maar gemiddeld per gemeente is het negatieve saldo aanzienlijk lager dan het positieve saldo van de andere gemeenten. Dat blijkt uit onderzoek van hoogleraar Willem Korthals Altes van de Technische Universiteit Delft naar de gemeentelijke bouwgrondexploitaties in 2017.

Lagere lasten
Alleen wanneer rekening wordt gehouden met inflatie dan was het resultaat van 2006 – plus 919 miljoen euro – nog iets hoger dan de plus van 1,07 miljard euro van vorig jaar. Belangrijk verschil is volgens hem dat baten en lasten in 2017 veel lager zijn dan toen. In 2006 was er sprake van baten van 8,4 miljard euro tegen lasten van 7,5 miljard euro. ‘Dus 89 procent van de baten waren nodig om de lasten te dekken. In 2017 waren baten (5 miljard euro) en lasten (3,9 miljard euro) beduidend lager. Daardoor is slechts 78 procent van de baten nodig om de lasten te dekken’, aldus Korthals Altes.

Achterblijven
De lasten voor de aankoop van gronden à 200 miljoen euro en met name het bouw- en woonrijp maken ervan van 795 miljoen euro waren bij elkaar lager dan het saldo op de grondexploitaties. In eerdere jaren waren de cijfers voor ‘aankoop gronden’ en ‘Overige aankopen en uitbestedingen duurzame goederen’ beduidend hoger. Dat betekent volgens de hoogleraar dus dat investeringen van gemeenten in grondexploitaties zijn teruggelopen en achterblijven bij die in het verleden.

Faciliterende rol
Dat sluit enerzijds aan bij de keuze van veel gemeenten om vaker te kiezen voor een faciliterende rol, waarbij zij niet meer zelf de grond aankopen, maar de kosten van publieke voorzieningen verhalen op particuliere grondeigenaren. Ook sluit het aan bij de constatering dat er in de crisis veel plannen op de plank waren gelegd die nu tot uitvoering kunnen worden gebracht. Maar anderzijds sluit het volgens Korthals Altes niet goed aan bij de roep om over te gaan tot versnelling van investeringen in woningbouw. Voor het snel tot ontwikkeling brengen van betaalbare woningen kunnen gemeentelijke investeringen juist een oplossing bieden.

Pas op de plaats
De eerste twee kwartalen van dit jaar laten overigens wat dat betreft wel een trendbreuk zien. Het saldo in de eerste helft van 2018 (+ 496 miljoen euro) is meer dan 50 procent hoger dan in de eerste helft van 2017. Dat komt door een stijging van de baten met 33 procent en een stijging van de lasten met 24 procent. Met die stijging van de lasten is mogelijk een einde gekomen aan de steeds maar dalende tendens op het gebied van gemeentelijke investeringen in grondexploitaties. Wel is het zo dat die stijging met name wordt veroorzaakt door stijgingen in lasten op het gebied van de bedrijfsinfrastructuur en minder door grondexploitaties waar woningen een onderdeel vanuit maken. ‘Gemeenten investeren daar niet meer in dan ze al in 2017 deden. Wellicht dat verkiezingen en collegeonderhandelingen in het eerste halfjaar van 2018 hebben geleid tot een pas op de plaats wat betreft nieuwe investeringen en verandert dit beeld nog in de loop van 2018’, aldus Korthals Altes.

Bron: Binnenlands Bestuur (15 augustus 2018)

Meer weten? Bekijk onze cursusaanbod planeconomie:

Planeconomie

 

Bel mij terug

Heeft u vragen en wilt u graag terug worden gebeld door een van onze studieadviseurs?