6 vragen over de nieuwe Wet natuurbescherming

Sinds 1 januari 2017 zijn de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet vervangen door de Wet natuurbescherming. Eelco de Jong, advocaat bij Zypp advocaten te Arnhem én vaste docent van de Geoplan basis- en verdiepingscursussen Wet natuurbescherming, geeft antwoord op 6 vragen. Wat zijn de belangrijkste wijzigingen en wat kunnen we verwachten?

De belangrijkste wijzigingen betreffen de soortenbescherming. In de nieuwe wetgeving zijn minder soorten beschermd en er zijn ook meer mogelijkheden om tot ontheffingen te komen. Op gebied van gebiedsbescherming en de Boswet zijn er onder de nieuwe wet minder wijzigingen die voor praktijk belangrijk zijn. Weliswaar zijn de beschermde natuurmonumenten, beschermde landschapsgezichten geschrapt als beschermde gebieden. In de praktijk vielen de beschermde natuurmonumenten veelal ook onder het regime van de Natura 2000-gebieden en van de aanwijzing tot beschermd landschapsgezicht is in de praktijk geen gebruik gemaakt.

  • Wat zijn de ervaringen met de nieuwe wet tot nu toe?

Op dit moment is het nog lastig te zeggen wat de ervaringen zijn met de nieuwe wet. Onder het overgangsrecht worden veel zaken, alle aanvragen die voor 1 januari zijn ingediend, door de RVO afgedaan. De komende maanden zal meer duidelijkheid komen over hoe de eerst ervaringen zijn met de nieuwe wet: er zal langzamerhand duidelijk worden hoe de verschillende colleges van gedeputeerde staten omgaan met het nieuwe wettelijk regime.

  • Wat verandert er voor de gemeenten?

Gemeenten hebben nu met de provincie, het college van gedeputeerde staten, te maken als bevoegd gezag voor soortenbescherming, in plaats van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

  • Wat kunnen we de komende tijd verwachten op het gebied van jurisprudentie?

De grootste ontwikkelingen kunnen we vinden in de Europese jurisprudentie. Recentelijk is er een uitsprak geweest van het Europese Hof over de Haven van Antwerpen, het arrest Orléans. Deze uitspraak kan grote gevolgen hebben voor de PAS (Programma Aanpak Stikstof). Er zijn inmiddels vragen door de Raad van State gesteld aan het Europese Hof van Justitie. Daarna hopen we meer te weten of de PAS gelet op het Europese recht door de beugel kan. Spannend en met mogelijk heel grote gevolgen.

  • Waar moeten provincies op letten?

Het is belangrijk dat de provincies hun toezicht en handhaving goed op orde hebben. Gemeenten moeten bij het aangeven bij het bevoegd gezag er goed op letten dat ze rekening houden met soortenbescherming, bijvoorbeeld bij vleermuizen. Het is van belang dat gemeenten zich bewust zijn dat soortenbescherming nog steeds problemen oplevert en dat ze daarvoor bij de provincie moeten zijn. De provincie dient hierbij hun rol als bevoegd gezag goed oppakken om ervoor te zorgen dat de wet wordt nageleefd. Het is belangrijk dat gemeenten en provincies goed door hebben wat hun rol is op gebied van soortenbescherming. Het niet goed toepassen van de wetgeving kan leiden tot grote risico’s en vertraging bij projecten.

  • Waar liggen mogelijkheden voor gemeenten?

Er zitten instrumenten in de wet waar de gemeenten goed gebruik van kunnen maken, zoals een programmatische aanpak die ook bijvoorbeeld voor soortenbescherming inzetbaar is en gedragscodes. Ook de bepaling voor verstoring indien niet van wezenlijke invloed, is verruimd in de nieuwe wet. Hier liggen ook mogelijkheden voor gemeenten.

Eelco de Jong is docent bij onze Basis- en Verdiepingscursus Natuurwetgeving en ecologie. Tijdens deze tweedaagse cursussen leert u hoe soorten- en gebiedsbescherming is geregeld in de nieuwe wet en krijgt u goed zicht op de instrumenten die u kunt gebruiken. Na de cursus bent u in staat te adviseren over de meest voorkomende problemen uit de praktijk. Ook wordt vooruitgeblikt op de Omgevingswet die in 2019 in werking zal treden.

Reacties zijn gesloten.