Vluchtweg bij brand: kloof tussen regelgeving en gevoel

Bouwen 15 januari 2020

Vanuit brandveiligheidsoogpunt gezien ging 2020 niet best van start. Los van de miljoenenschade als gevolg van vuurwerk en brandstichting, haalden twee grote branden de nieuwsheadlines.

De brand in een woonflat in Arnhem in de nieuwjaarsnacht, waarbij twee doden en twee zwaargewonden vielen. En een brand in Den Haag in de avond van 1 januari, waarbij tientallen bewoners uit een flat moesten worden gered. Beide incidenten leidden tot onrust en een groot onveiligheidsgevoel onder de flatbewoners over de vluchtweg bij brand. Is de vluchtveiligheid in flatgebouwen wel gewaarborgd?

Moedwillige daad

De twee incidenten hebben een aantal overeenkomsten met elkaar. Beide branden ontstonden als gevolg van een moedwillige daad. In het flatgebouw aan het Gelderseplein in Arnhem ontstond het vuur in de hal van een flat in een gestalde bank, nadat binnen vuurwerk was afgestoken. In Den Haag ontstond de brand door brandstichting in een geparkeerde auto onder het flatgebouw aan de Laan van Wateringseveld. Er vatten in totaal zeven voertuigen vlam.

In beide gevallen werden de vluchtwegen voor bewoners afgesneden, als gevolg van het vuur en vooral de intense rookontwikkeling. In Arnhem kwam een lift met vier personen tijdens de brand vast te zitten. Een 39-jarige man en zijn vierjarig zoontje kwamen om; een vrouw en een tweede kind raakten zwaargewond. In Den Haag moesten dertien mensen naar het ziekenhuis met klachten van rookinhalatie en snijwonden.

Vluchtroutes niet bruikbaar

Opmerkelijk in beide brandsituaties is dat de branden niet ontstonden in een woning, maar respectievelijk in een gemeenschappelijke ruimte en een parkeervoorziening onder de flat. In Den Haag was in feite sprake van een buitenbrand, maar wel een met een zeer grote vuurlast en zware rookontwikkeling. Daardoor was het voor de bewoners op de bouwlagen boven de brand noodzakelijk om de woning te verlaten. Tientallen bewoners konden echter niet via de galerijen vluchten, omdat die direct boven de brandhaard lagen. Hun vluchtweg werd geblokkeerd door de zware rookontwikkeling. Met hoogwerkers moesten bewoners aan de voorzijde van het gebouw via de ramen uit het gebouw worden gehaald.

Eén centraal trappenhuis

In Arnhem was de situatie anders. Het woongebouw aan het Gelderseplein is een galerijflat met negen etages. Er is één centraal trappenhuis met lift en aan beide kopse kanten bevinden zich vluchttrappen. Die lopen echter niet door tot de openbare ruimte op de begane grond, maar verbinden telkens twee bouwlagen. Bewoners van de negende etage kunnen de achtste verdieping bereiken, van de zevende verdieping leidt een trap naar de zesde en vice versa. Bij brand kunnen bewoners zodoende via de galerij en de vluchttrappenhuizen aan de zijkanten van het gebouw een veilige etage bereiken en vandaar naar de centrale vluchtweg in het hoofdtrappenhuis.

Dat was echter in dit geval juist de zwakke schakel, omdat de brand woedde in de centrale hal op de begane grond. Daardoor was die route niet meer als vluchtweg beschikbaar. Bij de gedeeltelijke ontruiming van de flat moesten daarom bewoners met hoogwerkers vanaf de galerijen worden gehaald. Veel bewoners van de flat zien zich door de brand bevestigd in het al langer heersende onveiligheidsgevoel en de in hun ogen gebrekkige vluchtmogelijkheden bij brand. Zij voeren nu actie voor betere vluchtroutes, brandvertragende maatregelen, een brandmeldinstallatie en sprinkler.

“De bewoners waren in hun woningen steeds veilig”

Lector Brandpreventie René Hagen van de Brandweeracademie van Instituut Fysieke Veiligheid nuanceert de situatie. In zijn ogen is het brandveiligheidsniveau van de bewuste flat voldoende. “Het gebouw voldoet aan de eisen van het Bouwbesluit. De bewoners kunnen via de galerijen horizontaal naar twee kanten vluchten, eventueel via de vluchttrap naar een veilige etage en dan via het centrale trappenhuis omlaag. Dat is een veiligheidstrappenhuis, waardoor een brand in de hal of het trappenhuis nooit de woningen kan bereiken. In principe kan er ook geen brand in het trappenhuis ontstaan door het gebruik van onbrandbare materialen. Hoewel in dit geval toch brand uitbrak in het trappenhuis, waren de bewoners in hun woningen steeds veilig.”

Noodlottige samenloop van omstandigheden

Hagen spreekt van een noodlottige samenloop van omstandigheden. De bank had niet in de hal mogen staan. Die moet, als vluchtweg, te allen tijde vrij blijven van obstakels en brandbare materialen. Het afsteken van vuurwerk in de hal is al helemaal uit den boze. De combinatie van de bank, het vuurwerk én het toeval dat net na het uitbreken van de brand een gezin van vier personen met de lift naar beneden kwam, heeft volgens Hagen geleid tot het drama. “Soms is door een ongunstige samenloop van omstandigheden gewoon sprake van botte pech. Bij het ontwerp van vluchtroutes in flatgebouwen kun je moeilijk rekening houden met onveilige handelingen. Zoals het stallen van brandbare goederen, het afsteken van vuurwerk of brandstichting.”

Geen unieke situatie

Bij de brand aan het Gelderseplein was dus geen sprake van een bouwkundig knelpunt rond de vluchtweg. Maar van menselijke gedragsfactoren die onveiligheid veroorzaken. Uniek is de situatie in de getroffen flat niet, want overal in Nederland worden gemeenschappelijke ruimtes in flatgebouwen, zoals hal en trappenhuis, door bewoners frequent gebruikt als ‘dumpplaats’ voor huisraad en andere materialen. Vooral flatgebouwen waarvan de centrale hal vrij toegankelijk is, zijn kwetsbaar voor vandalisme en brandstichting.

De Arnhemse woningcorporatie Vivare onderkende dat ook. Ze hadden eerder in een brief aan de bewoners al gewezen op het belang van het vrijhouden van vluchtwegen en het verbod om in de hal huisraad en andere materialen te stallen. De huismeester had de betreffende bewoner die de bank had gestald hier ook op aangesproken, maar zonder resultaat. De ironie wil dat de woningcorporatie al werkt aan een renovatieplan van de flats op het Gelderseplein, waarbij ook brandveiligheid van hal en trappenhuis een aandachtspunt is.

Onveiligheidsgevoel

Ook al voldoen het gebouw en de vluchtwegen formeel aan de wettelijke brandveiligheidseisen, bij de bewoners heerst toch een gevoel dat de situatie in hun flat onveilig is en dat ze bij een brand onvoldoende vluchtmogelijkheden hebben. De beperkte vluchttrappen op de galerijen en één vluchtweg via een centraal trappenhuis is in hun ogen een te kwetsbare situatie, als juist daar de brand woedt.

Soortgelijke onveiligheidsgevoelens spelen ook bij de bewoners van de flat aan de Haagse Laan van Wateringseveld. Hoewel ook hun woongebouw voldeed aan de brandveiligheidseisen, is bij het ontwerp van de vluchtweg geen rekening gehouden met een felle brand in de half open parkeervoorziening onder de flat. Daardoor konden de galerijen, die de enige vluchtweg vormen, niet worden gebruikt. De twee brandsituaties laten zien dat er een kloof is tussen enerzijds het brandveiligheidsniveau volgens de regelgeving en anderzijds de realiteit van de brand en het feitelijk ervaren veiligheidsgevoel bij de bewoners.

Omstandigheden zijn te beïnvloeden

René Hagen heeft gelijk als hij zegt dat de noodlottige afloop bij de brand in Arnhem is te herleiden op een ongunstige en ongewenste samenloop van omstandigheden. Maar die omstandigheden zijn wel te beïnvloeden met maatregelen in de sfeer van beheer en toezicht en ook bouwkundig en installatietechnisch zijn er mogelijkheden om meer veiligheid in loop- en vluchtroutes te creëren. Een belangrijke conclusie na de branden in Arnhem en Den Haag is dat brandveiligheid, sociale veiligheid, criminaliteitsbeheersing en toegangscontrole nauw met elkaar samenhangen.

Afsluiting van de centrale hal van een flat, waarbij alleen bewoners met sleutel de deur van buitenaf kunnen openen, kan onbevoegden buitenhouden. Een kanttekening hierbij is dat in dit geval de verdachten die het vuurwerk ontstaken zelf woonachtig waren in de flat. Sociale controle en toezicht zijn daarom ook belangrijke sleutels tot veiligheid. En wat betreft de parkeervoorziening onder de Haagse galerijflat; hier had afscherming van de parkeerruimte met toegangshekken, eventueel gecombineerd met cameratoezicht, wellicht preventief kunnen werken. Al geeft zo’n voorziening dan weer geen bescherming tegen mogelijke technische brandoorzaken in geparkeerde auto’s.

Brandmeldinstallatie koppelen aan liftbediening

Dan is er nog de rol van de lift waarin de twee doden vielen. Dat bij brand in een gebouw geen liften mogen worden gebruikt bij ontruiming, juist vanwege het risico dat die door de brand tot stilstand komen, is breed bekend. In dit geval bleef de lift in werking terwijl in de centrale hal de brand al volop woedde. Daardoor stapte het getroffen gezin nietsvermoedend in de lift, waarna het viertal na het stilvallen van de lift in de val zat. Een brandmeldinstallatie in de centrale ruimten, gekoppeld aan de liftbediening, had dit wellicht kunnen voorkomen. Maar rechtvaardigt dit vreselijke maar tegelijk unieke incident het op grote schaal installeren van kostbare brandmeldinstallaties in alle soortgelijke flatgebouwen in Nederland?

Verkennend onderzoek

De Onderzoeksraad voor Veiligheid heeft na de Arnhemse flatbrand een verkennend onderzoek uitgevoerd en bekijkt of het incident diepgaander wordt onderzocht. Ook het team brandonderzoek van Brandweer Gelderland-Midden doet onderzoek, waarbij onder andere de verspreiding van giftige rook uit de brandende bank wordt bekeken. De Brandweeracademie deed vorig jaar in Oudewater praktijkonderzoek naar rookverspreiding in appartementengebouwen. Daarbij bleek dat de hoeveelheid rook die vrijkomt bij één brandende zitbank en de snelheid waarmee die zich verspreidt, schrikbarend is. Het staat buiten kijf dat zo’n object niet thuishoort in een ruimte die deel uitmaakt van een vluchtweg bij brand en dat daarop door gebouwbeheerders actief moet worden gecontroleerd en gehandhaafd.

Bel mij terug

Heeft u vragen en wilt u graag terug worden gebeld door een van onze studieadviseurs?