Vijf oplossingen voor het huidige PFAS-probleem

Bodem 30 oktober 2019

Per- en polyFluor Alkyl Stoffen (PFAS) zijn schadelijk voor het milieu en kunnen bij hogere
concentraties schadelijk zijn voor mensen. Er wordt gewerkt aan regelgeving die schade door deze
stoffen voorkomt. Echter, door de brede toepassing van PFAS in allerlei producten is de toplaag van
de Nederlandse bodem vrijwel overal verontreinigd geraakt met lage gehalten PFAS. Deze
veroorzaken in de meeste gevallen géén schade, maar kunnen wel leiden tot beperkingen bij het
hergebruik van grond en baggerspecie. De afgelopen periode is gebleken dat het Tijdelijk
Handelingskader dat in juli door de Staatsecretaris is gepubliceerd ontwikkelingen en
onderhoudswerkzaamheden in de weg staat.

Het Expertisecentrum PFAS heeft vijf oplossingen uitgewerkt om de huidige knelpunten rondom
baggeren en grondverzet weg te nemen.

Nederland, Almere Hout 7 augustus 2019. Bouwprojecten.

Knelpunten grondverzet

Het noodzakelijk onderhoud van watergangen kan niet worden uitgevoerd, (bouw)projecten stagneren
en de kosten voor beheer van de openbare ruimte stijgen doordat:

-grondverzet in grondwaterbeschermingsgebieden, landbouw- en natuurgebieden sterk wordt
beperkt. Zonder vastgestelde achtergrondwaarde mogen grond en bagger in veel gebieden
alleen worden toegepast als het gehalte PFAS onder de bepalingsgrens van 0,1 µg/kg ligt;
besluiten worden uitgesteld uit onzekerheid over definitief beleid, waardoor de ruimte die het
tijdelijk handelingskader biedt niet worden benut. De lokale bevoegde overheden durven niet
over te gaan op gebiedsspecifiek beleid;

– veel grondbanken en verwerkers geen grond met een PFAS gehalte hoger dan 0,1 µg/kg
accepteren zolang de vergunningen (voor het lozen op oppervlaktewater) niet zijn aangepast
aan een definitief PFAS beleid.

Oplossingen

1. Vaststellen voorlopige achtergrondwaarden maakt grondverzet mogelijk (ook in landbouw- en
natuurgebieden). We weten inmiddels voldoende om hier een goede inschatting van te
kunnen maken. Op termijn zeer beperkt bijstellen heeft minder negatieve effecten dan de
huidige stagnatie en het schept ruimte om de definitieve achtergrondwaarden goed vast te
stellen.
o Vaststellen van een per regio geldende voorlopige achtergrond waarde (verwachting is
dat deze voor grote delen van Nederland tussen 0,5 µg/kg en 1,0 µg/kg zal uitkomen en in
de stedelijke agglomeraties tussen de 1 µg/kg en 3 µg/kg), of
o Aanpassen van de bepalingsgrens tot een robuuste waarde van 0,5 µg/kg à 1,0 µg/kg.

2. Vergroot de kennis in de keten (bevoegde overheden, handhavers, adviseurs en
initiatiefnemers) en verbeter communicatie en de samenwerking. Daarmee worden de
bestaande mogelijkheden beter benut en onnodige barrières weggenomen. Creëer
bestuurlijke ‘experimenteer ruimte’ voor lokale oplossingen en technologische ontwikkelingen.

3. Versnel de besluitvorming rondom het toepassen onder waterniveau en het definitief
handelingskader. Een eenvoudige oplossing kan zijn om niet naar het onvoorspelbare
uitlooggedrag te kijken maar naar de aangebrachte vracht en de mogelijke effecten. Dan blijkt
de 0,1 µg/kg norm bij veel toepassingen ook erg streng.

4. Vereenvoudig de vergunningen voor het storten van baggerspecie en het opslaan van
verontreinigde grond.

5. Voorkom herhaling door gezamenlijk (alle bestuurslagen en bedrijfslagen) een werkwijze en
communicatiestructuur te ontwikkelen die vergelijkbare problemen in de toekomst voorkomt.

Bron: Expertisecentrum PFAS (download PDF) (28 oktober 2019)

Bel mij terug

Heeft u vragen en wilt u graag terug worden gebeld door een van onze studieadviseurs?