Interview Robert-Jan Stuut, docent Bodem

Robert-Jan Stuut, docent van de Geoplan cursus NTA 5755 en als specialist werkzaam bij MWH, verhaalt over de verschillen met de oude norm en belangrijke aandachtspunten rond NTA 5755.

Per januari 2012 is de NTA 5755 van toepassing op alle nader bodemonderzoek. Binnen de NTA 5755 staat niet meer het aantal boringen per oppervlakte centraal, maar dient gebruik gemaakt te worden van een conceptueel model. Daardoor gaan voor zowel opdrachtgever als opdrachtnemer nogal wat zaken veranderen.

Wat is er nu eigenlijk veranderd bij nader bodemonderzoek?
‘Kijk’, begint Robert-Jan Stuut, ‘het oude protocol was eigenlijk heel simpel. Dat gaf aan dat je een x-aantal boringen moest plaatsen afhankelijk van de diepte en oppervlakte van het terrein. Er was bijvoorbeeld geen aandacht voor hoe de verontreiniging zich gedraagt. Het is dan ook niet verwonderlijk, dat zoveel saneringen stagneren omdat de verontreiniging anders in elkaar zit dan gedacht. Het protocol was gebaseerd op een te eenvoudig bodemmodel.

Het nieuwe protocol gaat veel verder. Voor je gaat onderzoeken, moet je goed motiveren waarom je gaat onderzoeken, hoe de bodem in elkaar zit, wat de aanleiding is van de verontreiniging en hoe deze zich gedraagt. Je moet ook motiveren welke technieken je waarom in gaat zetten. Het simpelweg plaatsen van peilbuizen op 10, 20 en 40 meter is dus niet voldoende.’

"Zeker bij grote projecten is de kennis van de opdrachtgever vaak ontoereikend." 


Omwenteling
Een hele omwenteling, meent Stuut. ‘Klopt. De jongste jaren kon het bevoegd gezag simpel handhaven door de voorgekookte protocollen te volgen, waardoor de inhoud minder belangrijk werd. Hier is een oudere generatie bodemspecialisten op afgeknapt, omdat ze hun inhoudelijke kennis in die oppervlakkige wet- en regelgeving niet kwijt konden. Met de NTA 5755 is het juist wel weer van belang, dat bodemspecialisten de nodige kennis bezitten.’

De laagste prijs
Ook aan de kant van de opdrachtgever is deze kennis van belang. Want bij de huidige manier van inkopen staat vaak de laagste prijs centraal. ‘Opdrachtgevers gaan er te vaak automatisch van uit, dat adviesbureaus de nodige kennis in huis hebben. Dat is dus niet zo. Wanneer een onderzoeksplan niet goed is uitgewerkt, kan een geoffreerde prijs door meerwerk al snel een stuk hoger uitvallen. En dan had je achteraf misschien toch beter kunnen kiezen voor de goed beargumenteerde offerte waar wel een iets hoger prijskaartje aanhing.’

Praktijkcasussen beoordelen
In de cursus NTA 5755 van Geoplan is ook een aantal praktijkcasussen opgenomen. ‘Die gaan we beoordelen zoals de deelnemers het vanuit hun werk gewend zijn. En later in de cursus doen we dat nog een keer, met nieuwe kennis en inzichten als bagage. Je merkt dan direct, dat cursisten inhoudelijke kennis missen of in de praktijk teveel vertrouwen op rapporten. Zeker bij grote projecten is de kennis van de opdrachtgever vaak ontoereikend. Je ziet dat in de praktijk, bijvoorbeeld bij de Amsterdamse tunneltracés. Wanneer je als overheid een opdracht beter dichttimmert, scheelt dat een hoop geld.

Robert-Jan Stuut is betrokken bij de Geoplan cursus:

NTA 5755.
Geoplan
 
T 088 - 556 05 70    
Home > Interview Robert-Jan S...